1

45. Vijf jaar, bijna

September komt dichterbij en dit betekent dat ik al bijna vijf jaar in Namibië ben. Toen ik vijf jaar geleden het besluit nam om te gaan (of komen?) had ik nog geen idee voor hoe lang het zou zijn. “In ieder geval een jaar,” was altijd mijn antwoord geweest. En nu zijn dat er dus al vijf. Vijf jaar waarin ik ben gaan houden van dit land, de weidsheid, de mooie kleuren in de natuur, de dieren (de meeste dan..), en natuurlijk de mensen.
Namibië is een bijzonder land, waar veel bevolkingsgroepen naast en met elkaar leven. Afgelopen week was er weer een training met de kleuteronderwijzers uit Bushmanland. Het was tannie Rosa’s laatste training voor zij terug gaat naar Zuid-Afrika en het was goed geweest om deze nog samen te doen. Een van de thema’s die ik met de onderwijzers behandeld heb, was Namibië. Daarin moeten zij onder andere met de kinderen praten over de verschillende bevolkingsgroepen die in Namibië wonen. Naar aanleiding van die les praatten wij met elkaar over de verschillen binnen onze eigen groep, twee Damara’s, een Kavango, een Nederlandse, een Zuid-Afrikaanse en de rest San, maar die konden ook weer onderverdeeld worden in twee verschillende groepen met ieder hun eigen taal. Fransiena vertelde over hoe de San dieren kunnen vinden door hun sporen te zoeken en volgen. Ze weten bijvoorbeeld of een spoor van een dier in het zand “vers” is, of al een paar dagen oud, door te kijken naar de diepte. Johannes vertelde van Mangetti pitten/noten en was vastbesloten om er de volgende keer van mee te nemen om er voor ons soep van te maken en te laten zien dat je er ook olie uit kunt halen. Cwi, die normaal heel verlegen is, danste tijdens een traditionele San dans in het midden van de kring. Maria leerde ons getallen in hun taal, wat ik inmiddels jammergenoeg alweer vergeten ben. En zo praatten we en lachten we en leerden we.

groep AMS aug
Met de straatkinderen proberen we af en toe een echte maaltijd met hen te eten, om een tafel. Een gezamenlijke broodmaaltijd geeft heerlijk gelegenheid om hen te leren over tafelmanieren. Een andere keer had Iris macaroni gemaakt en toen we begonnen te eten met ons bord op tafel, merkte een van de jongens op dat dit niet hun manier van eten is. Hij ging met zijn rug tegen de rugleuning zitten en pakte zijn bord, hield het ter hoogte van zijn borst en begon zo te eten. Dit was volgens hem de Damara manier om te eten. Toen we de volgende keer bij de afsluiting voor de vakantie met hen pizza gingen eten in het dorp, ging ik ook terug zitten met mijn bordje en at mijn pizza Damara-style. Hij stak met een grote glimlach zijn duim op 🙂

 
En zo leren we elke dag, van elkaar. Ik hou ervan.
Vijf jaar zijn voorbij gevlogen. Vijf jaar van leren, van groeien en genieten. Maar ook van soms machteloos voelen of gefrustreerd, want het is niet altijd rozengeur en manenschijn. Soms zijn er dingen die (nog) niet veranderen en dan lijkt het allemaal zo hopeloos. Als ik langs alle bars (en dat zijn er een hoop) rijd en zie hoe kleine peutertjes daar al rondhobbelen, met het voorbeeld van drinkende en dronken mensen rondom hen… Of als ik hoor van een meisje wat op haar 14e van school gegaan is en nu maar wat rondhangt… Of…

 
Maar toen ik een tijdje terug botten rondbracht, hoorde ik opeens “hello miss!” met een onbekende, zware stem. Toen ik omkeek en even focuste herkende ik hem ineens! Een jongen die bij ons altijd naar de kids- en youthclub kwam, maar doordat hij verhuisd was niet meer kwam. Samen met een andere jongen was hij altijd de ontdeugendste en leek het alsof hij niet echt iets oppikte van wat we deden. Nu is hij minstens een kop groter en lijkt rustig en zelfverzekerd. Hij vertelt dat hij nou in Rehoboth woont en nog steeds naar school gaat. Hij is nu hier voor de vakantie. Enthousiast vraagt hij hoe het gaat, met mij, met miss Ellen, en miss Leoni. Of we nog steeds youthclub hebben. Dat hij het mist.

 

Zulke ontmoetingen geven dan weer hoop 🙂

 

Veel liefs!
Lisette